Wat is angst en hoe kom je er van af?

Deze post is de derde in mijn serie van 12 illusies of “truukjes” waarmee je “ego” je aandacht uit het moment haalt. Alle posts in deze serie zijn gebaseerd op het boek The Big Bamboozle van Cheri Huber en Ashwini Narayanan, aangevuld met mijn eigen ervaringen. Deze bewust post bevat overigens meer mijn eigen inzichten, aangevuld met die van Cheri Huber.

Lees hier mijn inleidende post voor deze reeks.

N.B. Dit is een lange en diepgaande post van meer dan 5000 woorden. Ik raad je aan om voldoende tijd te reserveren zonder afleiding. Reken op 30 tot 45 minuten om de materie tot je te kunnen nemen. Als je die tijd nu niet hebt, dan raad ik je aan om het lezen in te plannen en later nog eens terug te komen. Het loont niet om je er doorheen te haasten.

Het onderwerp voor deze post is het “ego-truukje” angst. In het bijzonder, hoe ‘stemmen’, sensaties of gedachten voorkomen dat je dingen doet die je graag wilt doen. Om je begrip van angst te verdiepen, kan ik The Fear Book, eveneens van Cheri Huber, aanraden. Ik zal mijn best doen om in deze post mijn begrip van angst uiteen te zetten, en ik geef je de 3 cruciale ‘medicijnen’ om angst te overwinnen.

Angst is waarschijnlijk het schadelijkste “ego-truukje” uit deze hele reeks. Angst kan ons leven gemakkelijk heel veel kleiner maken dan het zou moeten zijn. Hoe meer we beheerst worden door angst, hoe kleiner onze comfortzone wordt, hoe minder we bereiken.

Het is de moeite waard om het belang van angst voor jezelf in kaart te brengen. Waar ben je bang voor? Hoe heeft die angst jouw leven beïnvloed? Hoe zou je leven anders zijn, als je die angst niet had?

Ik durf te wedden dat je graag van je angst afkomt. Lees verder om te leren hoe.

Het mechanisme van angst

De enige manier om van angst af te komen is angst begrijpen. Heel goed, nauwkeurig begrijpen. Als je precies weet hoe je eigen angstreactie verloopt, is hij niet eng meer. Laten we daarom eens kijken hoe angst precies in zijn werk gaat.

Bij angst is er een nauw samenspel tussen gedachten en sensaties in je lichaam. Het proces van angst verloopt zo:

  1. Er gebeurt een “trigger” (prikkel). De trigger kan zijn:
    • Een zintuiglijke waarneming (spin!);
    • Een gedachte (ik moet zo rij-examen doen!);
    • Een gevoel (vreemd gevoel in mijn lichaam);
    • Een situatie (iedereen kijkt naar mij).
  2. Een primitief deel van je brein reageert op de prikkel. Ik noem dit je “reptielenbrein” of gekscherend je innerlijke “hagedis”. Je hagedis raakt totaal in paniek van de prikkel, en doet twee dingen:
    • Hij geeft je een oncomfortabel gevoel: tintelingen, hartkloppingen, zweten, etc.
    • Hij brengt je lichaam in een toestand van actie. Liefst wegrennen. Helder denken wordt veel moeilijker.
  3. Er ontstaan angst-gedachten.
  4. Je natuurlijke reactie is om jezelf te verwijderen van de “trigger”, waarna je weer tot rust komt.

Ik heb het hele proces in Figuur 1 schematisch weergegeven.

Schematische weergave van de angstreactie
Figuur 1: De angstreactie

Het is een schitterend mechanisme. Dit is het resultaat van miljarden jaren “research & development” om mensen en andere wezens de best mogelijke overlevingskansen te bieden. Het werkt heel goed.

Maar goed, waarschijnlijk ben je hier op deze pagina omdat je soms toch wat moeite hebt met dit mooie overlevingsmechanisme. Begrijpelijk, want onze angstreactie houdt ons vaak gevangen in een piepkleine comfortzone. Onze angst-triggers kunnen van alles zijn, maar één ding is duidelijk: alles wat buiten onze comfortzone ligt, is een angst-trigger, en alles wat binnen onze comfortzone ligt, is geen angst-trigger. Onze angstreactie zorgt er voor dat we niet graag buiten onze comfortzone treden – dat is namelijk behoorlijk oncomfortabel!

Soms is een angstreactie heftig, maar heel vaak gebeurt het ongemerkt. We bemerken misschien wel een ongewenst patroon in onszelf, maar we hebben niet door dat er een angstreactie achter schuil gaat. We hebben nu geen zin om iets te doen (ontwijk taak), we vinden ons werk niet goed genoeg (ontwijk kritiek van anderen), of we besluiten het morgen te doen (ontwijk taak). Als je last hebt van perfectionisme of uitstelgedrag, dan zit daar hoogstwaarschijnlijk een angstreactie achter, waar je je misschien niet of nauwelijks bewust van bent.

Een belangrijke reden waarom we onze angst vaak zo eng vinden, is dat we niet goed begrijpen wat ons overkomt. Er gebeurt een heleboel als we bang zijn. In de rest van deze post ga ik je helpen om de afzonderlijke onderdelen van je angstreactie in kaart te brengen. Hierdoor ga je die onderdelen herkennen, wanneer je bang bent. Wanneer je gaat herkennen wat er gebeurt, en je weet wat je kunt verwachten, dan is angst lang niet zo eng meer.

Leer je angstgedachten-personages kennen

Laten we eerst eens kijken naar de soorten angstgedachten die kunnen gebeuren. Zoals eerder genoemd kan een gedachte de “trigger” zijn van een angstreactie. Dit gebeurt als je denkt aan iets engs of iets wat je moet ondergaan. Maar de angstreactie zelf is op zijn beurt vrijwel altijd de veroorzaker van heel veel gedachten. Het is altijd goed om zelf te onderzoeken wat er met je gebeurt bij angst – wat voor dingen je denkt. Ik kan bij mezelf en anderen in ieder geval vier soorten angstgedachten onderscheiden. Ik deel ze in per personage. Een personage is een denkbeeldig persoon dat de gedachten heeft. De personages zijn:

De probleem-oplosser

De probleem-oplosser heeft één doel: hoe kom ik van dit nare gevoel af? De probleem-oplosser verschijnt meestal als het ontwijken van de angst-trigger geen mogelijkheid is. Je bent bang voor een of andere onzekerheid in de toekomst, en de probleem-oplosser probeert de toekomst veilig te stellen. Dat kan natuurlijk niet. De probleem-oplosser doet z’n ding meestal redelijk ongemerkt. Het lijkt alsof je aan het denken bent om daadwerkelijk een probleem op te lossen. Maar dat kan helemaal niet, want onzekerheid is inherent aan de toekomst. Het gevolg is dat je gaat piekeren.

De uitweg uit de grip van de probleem-oplosser is om in te zien dat het probleem niet opgelost kan worden door te denken. Piekeren heeft geen enkel nut. Je bent van de probleem-oplosser af zodra je inziet dat er geen probleem is. Er is een naar gevoel (angst), maar er is geen noodzaak om daar van af te komen. Het kan helemaal niet. Er zit niks anders op dan de angstgevoelens te ervaren zoals ze zijn. Gelukkig zul je snel ontdekken dat dat helemaal niet zo moeilijk is. Ervaar wat je daadwerkelijk nu ervaart, zonder na te denken over hoe de toekomst gaat lopen of over hoe je dit gevoel anders kunt maken. En het probleem is weg.

De doemdenker

De doemdenker leeft onder de aanname dat angstgevoelens betekenen dat er iets heel ergs gaat gebeuren. Het gevolg is dat angst zichzelf versterkt. Als de doemdenker sterk aanwezig is, dan kun je zelfs een paniekaanval krijgen.

Als je merkt dat je in de greep bent van je doemdenker, als je steeds engere doemgedachten krijgt, dan is het belangrijk om zo snel mogelijk je aandacht terug naar het moment te brengen. Merk dat je je lichaam kunt voelen: je ademhaling, je voeten, de temperatuur van de lucht. Probeer zoveel mogelijk je aandacht op je lichaam te houden. Het verplaatsen van je aandacht van je gedachten naar je lichaam verzwakt je doemdenker, en voorkomt dat je een paniekaanval krijgt.

De waarschuwer

De waarschuwer fixeert je aandacht op iets wat in de toekomst gaat gebeuren, en waar je tegen op ziet. Een presentatie, de tandarts, een lastig gesprek, etc. De waarschuwer is meestal de grootste veroorzaker van alledaagse stress. 5 minuten voordat je die presentatie moet geven, is er waarschijnlijk niet veel aan de hand. Er zijn geen angstprikkels in je omgeving. Maar je waarschuwer verplaatst je aandacht vast even naar de toekomst, zodat je nu al bang kunt zijn om iets wat nog helemaal niet aan de orde is. De waarschuwer kan dat dagen, weken, maanden van tevoren al doen, zodat je chronisch ergens over in de stress zit.

Het is vermoeiend en totaal zinloos om je zorgen te maken over iets wat niet nu aan de orde is, dus wat doen we tegen de waarschuwer? 2 dingen. Ten eerste probeer je zoveel mogelijk je aandacht naar nu te brengen. Vraag je waarschuwer gewoon: wáár is die presentatie/tandarts/lastig gesprek? Wijs het eens aan. Dat lukt natuurlijk niet. Je ziet meteen dat er in dit moment niks is om bang voor te zijn. Je bent bang voor een idee in je hoofd. Ten tweede helpt het om je niet te verzetten tegen de angstgevoelens die de waarschuwer triggert. Als je reageert met een houding van: “ik wil dit niet voelen – dit gevoel mag er niet zijn”, dan geeft de waarschuwer je nog wat meer angstgevoelens. Als je daarentegen accepteert wat er gebeurt: “ok, een tinteling in mijn buik (of waar dan ook), grappig” en er verder geen ding van maakt, dan zal je waarschuwer snel ophouden met angstgevoelens triggeren. Als jij niet reageert, is er voor je waarschuwer geen lol meer aan.

De criticus

Ik heb al eens eerder geschreven over je interne criticus. Hij komt ook kijken bij angst. De criticus doet bij angst één ding: hij bezorgt je een slecht gevoel over het feit dat je bang bent (of was).

Als je liever geen slecht gevoel hebt, dan doe je er goed aan om niet naar je criticus te luisteren. Vecht er ook niet mee, de criticus is je aandacht niet waard. Als je merkt dat iets in je je veroordeelt voor het feit dat je bang bent, en dat is heel gebruikelijk, laat dat oordeel dan gewoon links liggen. Het slaat nergens op.

Tot zover de angstgedachten-personages. Ik vermoed dat je ten minste een aantal van deze personages herkent in je eigen ervaring van angst. Je weet nu wat voor soort gedachten je kunt ervaren als je bang bent, en hoe je er mee om kunt gaan. Ik ben heel benieuwd of dit je helpt, en of je misschien nog andere personages tegenkomt. Laat het me weten via een reactie!

Ok, nu weten we al iets meer van angst. Maar wat kunnen we doen als we bang zijn? Is er iets tegen te doen?

Eerste hulp bij angst

“Toevallig” is dit een vraag die me de afgelopen 3 jaar van mijn leven veel heeft bezig gehouden. Hoe kom ik van al die angsten af, die ik heb? Of: hoe kan ik er beter mee omgaan? Sommige angsten zijn in die periode verdwenen, andere zijn er nog, maar laat me delen wat ik geleerd heb.

Eerst nog een stukje context. In de introductie voor deze reeks posts, heb ik het gehad over de indirecte en directe weg naar bevrijding. Bij de indirecte weg werk je met afzonderlijke angsten. Je kunt bijvoorbeeld EFT doen, of de subpersona-methode, of de Lefkoe methode. Dit zijn allemaal effectieve manieren om met afzonderlijke angsten te werken.

Deze reeks posts staat echter in het teken van de directe weg naar bevrijding. Bij de directe weg kijk je niet naar de inhoud van angst (waar ben je bang voor en waarom), maar naar het proces van angst. Het proces van angst is hetzelfde, ongeacht waar je bang voor bent en waar deze angst vandaan komt. Je kunt onderstaande inzichten dus altijd toepassen: ook als je geen idee hebt waarom je bang bent of waarvoor.

Realiseer je dat jij niet bang bent

Jij bent helemaal niet bang, je reptielenbrein, je “innerlijke hagedis” is bang. Hij kan het niet helpen, hij weet niet beter. Inzien dat angst niet een persoonlijk probleem is, en ook geen persoonlijk keuze, maakt het probleem al een stuk kleiner. Bovendien weet je dat een hagedis niet erg intelligent is.

Dus, wanneer je angst ervaart, herken dat als een natuurlijk functioneren van je brein. Maar herken ook dat de impuls om de angst uit de weg te gaan kortzichtig is, onintelligent. Herken verder dat jij bepaalt wat je doet. Of je nu angstgevoelens ervaart of niet, je hebt nog steeds handelingsvrijheid. Als jij besluit om iets te doen, dan kan je hagedis je niet tegenhouden. De hagedis kan lichamelijke sensaties en gedachten oproepen, maar jij bepaalt wat je wel of niet doet.

Probeer niet tegen je hagedis te vechten. Het is maar zo’n klein, schattig, kwetsbaar wezentje – het is geen partij. Maar vechten tegen je natuurlijke angstreactie – ofwel proberen om je angst te doen verdwijnen – verandert je reptielenbrein in een T-Rex. Dat wil je niet. Omarm gewoon dit kleine, kwetsbare deel van je. Aai je hagedis. En probeer gewoon zoveel mogelijk te doen wat je moet of wilt doen, of je hagedis nu bang is of niet.

De meest intelligente handeling is vaak precies datgene doen waar je bang voor bent. Laat je hagedis je niet wijs maken dat het beter is om die dingen te vermijden. Gebruik natuurlijk wel je verstand, en breng jezelf of anderen niet onnodig in daadwerkelijk gevaar.

Verplaats je aandacht naar het moment

Het grappige aan angst is dat we nooit, maar dan ook echt helemaal nooit, bang zijn voor iets dat nu in dit moment gebeurt. We zijn vrijwel altijd bang voor iets dat in de toekomst gaat of zou kunnen gebeuren. En heel soms zijn we met terugwerkende kracht bang voor iets dat in het verleden had kunnen gebeuren: als je bijvoorbeeld net terug bent van vakantie, en een week later gebeurt precies waar jij was een aanslag of natuurramp. Huiveringwekkend. Maar 99,9% van onze angsten gaan over zaken die in de toekomst gaan of zouden kunnen gebeuren.

Onze angst wordt over het algemeen sterker wanneer de gevreesde gebeurtenis dichterbij komt. Heel veel mensen voelen angst, 5 minuten voordat ze geholpen worden door de tandarts, of 5 minuten voordat ze een presentatie moeten geven. Maar in dit moment, het moment dat je in de wachtkamer zit, of luistert naar de vorige spreker, is er niks beangstigends te ontdekken. De angst ontstaat enkel en alleen omdat ons brein met de toekomst bezig is. Dit is het hierboven beschreven patroon van de waarschuwer. De angst gaat nooit over wat er nu daadwerkelijk gebeurt.

Natuurlijk is het zo dat de meeste mensen ook angst voelen tijdens het geven van een presentatie, of tijdens de behandeling door een tandarts. Maar nog steeds gaat de angst niet over wat er op dat moment gebeurt. Bij een presentatie gaat de angst over dat mensen misschien negatief reageren op wat je zegt, en je dan gaan lynchen of nooit meer willen zien en dat je dan alleen op de wereld overblijft en een pijnlijke, eenzame dood sterft. Zoiets. Als de tandarts bezig is, denk je misschien aan dingen die mis kunnen gaan, en dan ga je ook pijnlijk dood. In beide gevallen is de hierboven beschreven doemdenker actief. Wederom geldt: datgene waar je bang voor bent, gebeurt niet op het moment dat je de angst voelt.

Er is niks om bang voor te zijn in het heden, in dit moment. Het goede nieuws is, dat je zorgen maken over de toekomst een aangeleerde gewoonte is, en die gewoonte kun je weer afleren. Met andere woorden: angst is een gewoonte die je kunt afleren.

Dat werkt als volgt: op ieder moment in je leven dat je angst of stress ervaart, train je je geest om je aandacht te verplaatsen naar dit moment. Wat is er nu aan de hand? En je zult ontdekken dat er niks aan de hand is, je bent veilig. En daar gaat je brein weer: “maar over 5 minuten moet ik mijn presentatie geven (of wat dan ook), gevaar!!!”. En je brengt je aandacht weer terug naar het moment. Wat is er nu aan de hand? Niks. Ok. Herhaal eindeloos tot je aandacht vanzelf in het moment blijft. Het vereist oefening, maar als je het oefent, dan zul je het steeds beter beheersen en veel minder angst ervaren.

Onderga de angst

Als er één ding is wat angst een sterke impuls geeft, dan is het wensen dat de angst er niet was. Hoe meer je een probleem maakt van angst, hoe meer angst je krijgt. Dus, wanneer je angst ervaart, dan is het heel belangrijk om je er niet tegen te verzetten. Wees dapper en geef je over aan je angst.

Het werkt vaak erg bevrijdend om angst gewoon te laten gebeuren. Het is misschien niet comfortabel, maar het is geen probleem. Laat je lichaam gewoon doen wat het doet. Als het moet trillen, laat je het trillen. Als het begint te zweten, laat je het zweten. Als het opeens naar de wc moet, ga je naar de wc. Maak er verder geen ding van, laat je lichaam gewoon doen wat het doet. Het geeft niet.

Laat niemand je vertellen dat angst niet goed is of onwenselijk. Het is menselijk. Iedereen is bang, en iedereen wil voorkomen dat anderen dat zien. Laat angst gewoon zijn gang gaan.

Mentor jezelf

Jezelf mentoren is iets waar Cheri Huber veel nadruk op legt. En terecht: het werkt goed. Jezelf mentoren betekent dat je bemoedigende dingen tegen jezelf zegt. In feite: doen alsof je je eigen beste vriend(in) bent.

Helaas zijn velen van ons helemaal niet onze eigen beste vriend(in), eerder onze eigen grootste vijand. Het is heel gewoon om gedachten te hebben als:

  • “Wat ben ik toch een lafaard”;
  • “Wat stom dat je dat niet durft”;
  • “Ik ben niet iemand die dit durft”;
  • “Ik kan het niet”;
  • “Ik durf het niet”;
  • Etc.

Het is niet behulpzaam om tegen dit soort negatieve gedachten te vechten. Ze zijn je aandacht niet waard. Laat ze links liggen.

Wat wel heel behulpzaam is, is om interne, positieve geluiden te kweken. Dit is wat Cheri Huber “de mentor” noemt. De simpelste manier om het toe te passen is de volgende: wanneer je merkt dat je ergens mee worstelt, dat je steun nodig hebt – omdat je bang bent, of om een andere reden – zeg dan tegen jezelf wat je tegen je beste vriend(in) zou zeggen in dezelfde situatie. En je hoeft hier niet eens een goede vriend(in) voor te hebben! De grap is dat we voor anderen vaak veel aardiger zijn dan voor onszelf. Dus, als je beste vriend(in) zou worstelen met de angst waar jij mee worstelt, of met iets anders, wat zou je tegen hem of haar zeggen? Kun je het opbrengen om dat tegen jezelf te zeggen? Kijk wat er gebeurt als je dat doet.

Het is de moeite waard om hier regelmatig over na te denken. Als je ergens mee zit, iets lukt niet, wat dan ook. Wat zou je tegen je beste vriend(in) zeggen, als die in dezelfde situatie zou zitten? Het kweken van een positieve stem, een “mentor”, is een prachtig hulpmiddel om altijd emotionele steun te hebben, wanneer je dat ook maar nodig hebt. Gebruik het, zoveel je kunt.

Tot zo ver mijn “eerste hulp bij angst”. Hopelijk helpt het je om beter om te gaan met angst, wanneer het er is. De rest van deze post is er op gericht om angst nog beter te begrijpen, zodat je minder vaak angst ervaart. Dat is namelijk de grap: hoe beter je angst begrijpt, hoe minder angst je ervaart.

Stop met angst overwinnen

Dit levert vast innerlijke vraagtekens op. Stoppen met angst overwinnen??? Dit hele artikel gaat toch over het overwinnen van angst?! Klopt, bijna, maar er is een subtiele valkuil die alles kan verzieken.

Een ieder die angst heeft, en dat is vrijwel iedereen, heeft het verlangen om van angst af te komen. Ik weet dat van al die mensen, want angst en het verlangen om van angst af te komen zijn hetzelfde. Angst is een proces met als doel het vermijden, ontwijken of stoppen van onplezierige, lichamelijke sensaties. Het verlangen om van angst af te komen is hetzelfde proces met als doel het vermijden, ontwijken of stoppen van onplezierige, lichamelijke sensaties. De sleutel naar vrijheid van angst is daarom de bereidheid om de lichamelijke sensaties, die je ervaart wanneer je bang bent, zonder verzet te ondergaan.

De valkuil waar ik je voor wil behoeden is “het stappenplan”. Ik wil B, maar ik durf niet, dus doe ik A met als enige doel om mijn angst te overwinnen. Dan, als de angst er niet meer is, dan ga ik B doen. Ik zie dit regelmatig bij Toastmasters. Mensen gaan spreken voor een groep, met als belangrijkste doel het overwinnen van hun spreekangst. Begrijp me niet verkeerd: voor veel mensen is dit waardevol, en het is prachtig om te zien hoe iemand voor de groep gaat staan met angst en al. De valkuil zit hem in twee dingen:

  • De verwachting dat na een bepaalde tijd de (spreek)angst overwonnen zal zijn;
  • De aanname dat je een angst moet overwinnen voordat je kunt doen wat je eigenlijk wilt.

Ik ken helemaal niemand wiens spreekangst verdwenen is door te spreken. De angst wordt vaak wel minder intens, maar ook niet altijd. Vraag een ervaren spreker of muzikant, en velen zullen toegeven dat ze, ondanks hun jarenlange ervaring, nog steeds angst ervaren voor een optreden. Maar ze doen het toch. Ze ervaren angst, ze hadden liever dat de angst er niet was (want die twee dingen zijn hetzelfde), maar ze doen toch wat ze willen.

Om die reden is het verstandig om aan te nemen dat je angsten er altijd zullen zijn. Ook al kunnen angsten wel degelijk verdwijnen. Maar een gevecht tegen angst maakt angst juist sterker: jouw poging om angst te overwinnen maakt je angst belangrijker dan het is. Angst is nooit een barrière: je hebt altijd handelingsvrijheid, of je nu bang bent of niet.

Vermijd ook de toekomst-illusie: er is een “toekomstige ik” die beter in staat is om met angst om te gaan dan mijn “huidige ik”. Die “toekomstige ik” bestaat niet. Je kunt je angst niet omzeilen door “later” te doen wat je nu eng vindt. Er is maar één moment waarop je kunt omgaan met de angst die je nu voelt, en dat is nu. Makkelijker wordt het niet.

Het is heel goed om dingen te doen die je eng vindt, maar leg de focus niet op het overwinnen van je angst maar op het begrijpen van de angst. Probeer zoveel mogelijk te doen wat je echt wilt doen, of je nu bang bent of niet. En heb vooral heel veel geduld en medeleven met jezelf.

Tot slot: in het algemeen kan ik aanraden om dingen te doen die je eng vindt, om stappen te zetten in de richting van datgene wat je echt wilt, ook al is het eng. Stappen zetten zal je leven verrijken, en dat is leuk. Maar soms lukt het niet. Het kan zijn dat de angst te groot is, dat je geen stap kunt zetten, ook al doe je nog zo je best. Veel coaches zullen zeggen dat je dan tóch een stap moet zetten, maar wat heeft dat voor zin? Het gaat niet. Wat doe je dan? Het is heel simpel: herken dat de reden dat je een stap wilt zetten óók angst is – angst om nooit te krijgen wat je wilt, of nooit de persoon te worden die je wilt zijn. Pas alle inzichten en technieken uit dit artikel toe op die angst. Ook op deze manier kun je angst tot op de bodem doorzien. Je hoeft niks te doen om volledig vrede te hebben met jezelf en de wereld.

Laten we nu angst nóg dieper onderzoeken.

Waar ben je écht bang voor?

Ik wil licht schijnen op een deel van onze angstreactie, waar we ons meestal totaal niet van bewust zijn. En de implicaties zijn schokkend.

Ik heb bewust een belangrijke stap weggelaten in mijn beschrijving van de angstreactie aan het begin van dit artikel en in Figuur 1. Die stap heb ik toegevoegd in Figuur 2. Het gaat om de interpretatie van de trigger.

Schematische weergave van de angstreactie, uitgebreid met de interpretatie van de trigger
Figuur 2: De angstreactie mét interpretatiestap.

Dit is een belangrijke, want geen enkele trigger veroorzaakt angst. Er gebeurt een trigger, en geheel ongemerkt en automatisch gaan we die trigger vergelijken met onze herinneringen, verwachtingen en overtuigingen. Op basis daarvan bepalen we of de trigger gevaarlijk is. Is dat zo, dan schieten we in een angstreactie. Anders gebeurt er niks.

De implicatie is groots: we zijn helemaal nooit bang voor een bepaalde trigger (zintuigelijke waarneming, gedachte, gevoel of situatie). Waar we bang voor zijn, zijn onze herinneringen, verwachtingen en overtuigingen. Angst is een geheel intern, subjectief proces, dat gebaseerd is op onze herinneringen, en niet op wat er in dit moment gaande is.

Laat ik het verduidelijken met een voorbeeld. Stel, je bent bang voor spinnen. Heel veel mensen zijn bang voor spinnen. Als je een spin ziet, of denkt aan een spin, dan voel je angst. Ook al weet je wel dat een spin niet gevaarlijk is, je kunt toch een intense angstreactie ervaren. Het lijkt dan alsof de spin deze angst veroorzaakt. De angst lijkt haast ín de spin te zitten. Komt de spin dichterbij, dan wordt jouw angstreactie heftiger. Het is heel logisch om te concluderen dat de spin de angst veroorzaakt.

Maar als spinnen daadwerkelijk angst veroorzaken, als het veroorzaken van angst bij mensen iets is wat spinnen doen, dan zou iedereen dat moeten ervaren. Maar dat is niet zo. De één schiet totaal in de stress van een klein kruisspinnetje, de ander heeft geen probleem met een vogelspin op z’n arm. Zie Figuur 3. De reactie op de prikkel ‘spin zien’ is totaal anders voor verschillende mensen.

Illustratie dat de één totaal anders reageert op een angstprikkel dan de ander
Figuur 3: Twee totaal verschillende reacties op het zien van een spin.

Er is maar één conclusie mogelijk: angst zit niet ‘in’ de spin. Oftewel, de spin is niet eng. Wie bang is voor spinnen, is eigenlijk helemaal niet bang voor spinnen, maar voor zijn eigen herinneringen, verwachtingen en overtuigingen gerelateerd aan spinnen.

De dingen waar je bang voor bent, bestaan alleen in je eigen brein. Er is niks buiten je eigen brein wat eng is. Anders gezegd: als je ergens bang voor bent, dan is datgene niet echt. Er is niemand anders die het enge ding kan waarnemen, want het is jouw persoonlijke herinnering/verwachting/overtuiging die eng is. Niet de situatie of het ding in de buitenwereld. Dat klinkt vast heel maf. Die spin bestaat toch echt, en ik ben er echt bang voor (stel)? De spin is echt, maar je bent niet bang voor de spin. Je bent bang voor jouw interpretatie van de spin. Je kunt je angst ontstijgen door het verschil te zien.

Andersom geldt ook: als iets echt bestaat, dan ben je er niet bang voor. Anders gezegd: bij daadwerkelijk gevaar in dit moment, voel je geen angst. Je bent vast wel eens bijna van de trap gevallen, bijna van de fiets gevallen, of misschien heb je bijna een ongeluk gehad met de auto. Op het moment dat het bijna-ongeluk gebeurt, handel je instinctief. Er zijn geen gedachten, geen angst, je doet gewoon je best om te voorkomen dat het mis gaat. Dan, als het gevaar geweken is, komt de gedachte: “dat had goed fout kunnen gaan”. En dán voel je voor het eerst angst. Angst komt pas als het gevaar niet meer bestaat – niet echt meer is.

Iedere keer dat je angst voelt, is het zaak om door te hebben dat de angst niet veroorzaakt wordt door datgene wat echt is, door wat er nu aan de hand is, door je directe ervaring. Je bemerkt een prikkel: een zintuiglijke waarneming, gedachte, gevoel of situatie en je voelt angst. Omdat je angst voelt, weet je 100% zeker dat je onbewust iets dat niet bestaat over de werkelijkheid heen aan het leggen bent: jouw interpretatie van de prikkel. Angst is een onmiskenbaar signaal dat je niet ziet wat er nu aan de hand is – in plaats daarvan zie je je eigen herinneringen en aannames op basis van die herinneringen. Probeer steeds meer dit verschil voor jezelf duidelijk te maken: wat er daadwerkelijk nu aan de hand is, en wat je daar vanuit je eigen herinneringen aan toevoegt.

Een goede vraag om jezelf te stellen, is: is het mogelijk dat iemand anders in deze situatie of onder invloed van deze prikkel niet bang zou zijn? En als je niemand kunt bedenken, fantaseer dan die persoon. Het is altijd mogelijk om in een situatie niet bang te zijn, want situaties zijn niet van nature eng. Als je zo iemand in gedachten hebt, die niet bang is in de situatie waarin jij wel bang bent, vraag jezelf dan af: hoe ziet deze persoon deze situatie? Wat ziet hij of zij anders? Met deze vraag wordt meestal duidelijk wat jij toevoegt aan de situatie die jij eng vindt.

In het geval van de spin: misschien zie jij een walgelijk, griezelig, kruipend, achtpotig monster. Iemand die niet bang is voor de spin ziet misschien een ongevaarlijk, nuttig, kwetsbaar, schuw en interessant diertje. Het is dezelfde spin. De angst voor de spin wordt niet veroorzaakt door de spin. Je bent bang voor walgelijke, griezelige, kruipende, achtpotige monsters. Wie zou daar niet bang voor zijn? Maar dit monster bestaat alleen in jouw hoofd. Het is niet echt.

Nu, dat dit allemaal gebeurt, dat je dingen ziet die er niet zijn, betekent niet dat je niet goed wijs bent. Dit is normaal functioneren van het menselijk lichaam. De “hagedis” weet dat ie bij gevaar snel weg moet zijn. Er is geen tijd om rustig af te wegen of deze vogel wel net zo gevaarlijk is als die vogel die vorige week mijn broertje opvrat. Dat is waarom de interpretatie van een angstprikkel zo snel en ongemerkt gebeurt. Als er ook maar enig verband is met de prikkel en gevaar, dan willen we er zo snel mogelijk bij uit de buurt gaan.

Gelukkig kun je je angstreactie begrijpen, doorzien en verminderen. Probeer zoveel mogelijk in te zien dat waar je bang voor bent, niet de werkelijkheid is. Steeds als je bang bent, of bang bent geweest, probeer dan te bedenken hoe iemand anders die situatie zou zien. De sleutel is om steeds weer te zien dat de angst niet in de situatie zit, maar in jezelf. Buiten jezelf is er niks om bang voor te zijn.

Ik hoop dat alleen al het lezen van dit stukje je opluchting geeft. Er is helemaal niks om bang voor te zijn in de wereld! Als iets je bang maakt, dan weet je 100% zeker dat datgene wat je bang maakt, niet bestaat. Lekker, toch? Toch bestaat de kans dat, ook met deze wetenschap, je angst niet meteen helemaal weg is. Onbewuste interpretatie en angst zijn gewoontes die heel diep gaan, het duurt even om er van af te komen. Geen nood. Blijf dit oefenen. Vraag je iedere dag af: waren er vandaag dingen waar ik bang voor was? Wat zag ik in die situatie of prikkel dat er niet echt was? Hoe zou iemand anders, die niet bang is, deze situatie zien? Naarmate je steeds meer ontdekt dat je bang bent voor dingen die helemaal niet bestaan, zal je angst stukje bij beetje minder worden.

Ik hoop dat je veel aan deze post gehad hebt. Ikzelf in ieder geval wel, haha. Laat een reactie achter, of stuur dit door aan een vriend als het je geraakt heeft.

Dit was heel veel informatie. Ik raad je aan dit artikel te bookmarken en het over een paar maanden nog eens te lezen. Zet het in je agenda, zodat je het niet vergeet. Je zult er tegen die tijd nieuwe, andere inzichten uit halen. Het zal een goede besteding van je tijd zijn. Je kunt ook terugkeren naar dit artikel, iedere keer dat je last hebt van angst in je leven.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.